Kutbeest

Voor een wedstrijd van 500 woorden waar een zwarte kraai in voor moest komen, schreef ik het volgende verhaal. Het duurde even voor ik een invalshoek had gevonden, want 500 woorden is niet veel, maar het was een leuke uitdaging.

Kraai-20090111_01

Zijn zwarte kraaloogjes schitterden in het late zonlicht.
Hoog in een van de bomen in het dichtbegroeide bos zat hij, en keek uit over de boomtoppen. In de verte zag hij haar rennen over een bospad. Haar schoenen hadden rode lampjes aan de veters en haar roze kleding viel mooi op tegen het groen. Hij schraapte zijn keel en zette zich schrap. Klaar om haar eens flink de stuipen op haar lijf te jagen als ze langs zijn boom kwam. Recht naar beneden, een soort van duikvlucht. Dat had hij allang niet meer gedaan, maar hij genoot altijd van de verschrikte gezichten van wandelaars als hij zo dicht langs ze kwam dat hij de rilling kon voelen die hij veroorzaakte.

Ze had mooi zwart haar, bijna net zo zwart en glanzend als zijn verendek, en haar paardenstaart bewoog van links naar rechts. Hij volgde haar nu al een paar minuten en als ze dit tempo bleef volhouden, zou ze in minder dan vijf minuten langs zijn boom komen. Eerst zou ze even uit het zicht verdwijnen bij het heuveltje. Hij wachtte gespannen af.

Plots zag hij uit zijn ooghoeken iets bewegen. Vlakbij. Het was niet de rennende vrouw, want zij zou nooit zo snel om de heuvel gerend kunnen zijn. Er blonk iets. Hij keek iets beter. Het was een man! Een man met een mes? Helemaal in het zwart gekleed, en hij had handschoenen aan. Waarom zou iemand handschoenen dragen als het 25 graden was? Kraai sprong op een lager gelegen tak om iets beter te kunnen kijken en hij zag hoe de man zich verstopte door achter een dikke boom te gaan staan, klaar om aan te vallen.

Dat zou hij niet laten gebeuren! Gejaagd liet Kraai zich van de tak vallen, en toen de wind vat op hem kreeg, liet hij zich meevoeren in de richting waar de vrouw elk moment zou moeten verschijnen. Hij kraaide zo hard als hij kon en cirkelde rond, hopend dat de vrouw bijgelovig zou zijn zoals de meeste mensen, of in elk geval bang genoeg voor hem om om te draaien. Weg te rennen.

Daar zag hij haar. Luid kraaiend probeerde hij haar aandacht te trekken maar ze had dopjes in haar oren. Zo laag als hij maar kon vloog hij langs haar. Misschien raakte hij zelfs haar haren met zijn klauw, maar ze gaf nog steeds geen krimp en rende stoïcijns door. Een tweede keer, en een derde keer, en toen ze nog steeds niet opkeek, viel hij haar aan. Hij trok zo hard als hij kon aan haar haar.

Nu had hij haar aandacht. Nog een keer! Ze moest omdraaien. Hij flapperde met zijn vleugels, kraaide vanaf de top van zijn longen. Ze was bijna bij die gewapende man. Toen, plots haalde ze keihard uit met haar arm. Ze raakte hem, en hij smakte hard tegen de grond. Het laatste wat hij hoorde voor zijn kleine kraaiennekje brak omdat ze haar voet erop zette was haar geërgerde stem.

“Kutbeest”

 

 

2 gedachten over “Kutbeest

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *