Happy Halloween (Verhaal)

Pas op, dit is een Halloween-verhaal.
(Mocht je dat nog niet doorhebben na het lezen van de titel van dit bericht…)
**Wat de toekomst ook zal brengen**

In het donker lijkt alles enger.
De voetstappen die net, een half uur geleden nog niets voorstelden, jagen nu de rillingen over mijn rug. Of misschien ligt het aan de datum. Het is 31 oktober. Halloween. Ik háát Halloween. Een uit Amerika overgewaaid feestje, dat door het grootste deel van mijn vriendinnen wordt gezien als een reden om zich zo kort en sletterig mogelijk te verkleden. Een zwart badpak, netkousen en konijnenoortjes maken je een playboybunny. Gooi er een liter nepbloed overheen en je gaat verkleed als geslacht konijntje. Prinsesje, verpleegstertje, alles is een Halloweenkostuum wanneer het druipt van het bloed. Ik zie de lol er niet van in. En dat terwijl ik echt dól ben op verkleden. Dat moet ook wel, met mijn baan. Ik heb een entertainmentbureau. Bij mij kun je alles huren, van een muzikale toiletjuffrouw tot een Mickey mouse. En het meeste doe ik zelf.

Ik sta aan de achterdeur van een café, te wachten tot iemand de deur voor me opendoet. Ze zouden me komen halen zodra het bruidspaar binnen is, maar waarschijnlijk zijn ze ergens opgehouden want ik sta hier al zeker een kwartier te wachten in het halfdonker. Om de haverklap loopt er iemand voorbij en kijkt naar mijn jurk, die bezaaid is met schedels, of naar mijn halflange laarsjes. Ik weet het. Voor iemand die een hekel heeft aan Halloween is het een zeer ongelukkige keuze, maar ik draag deze jurk het hele jaar door, voor mijn act als waarzegster. Dat deze klanten me toevallig hebben ingehuurd op Halloween is een vervelende samenloop van omstandigheden. Wat een vreselijke dag om te trouwen.

Ik tuur door het raam naar binnen en knijp mijn ogen tot spleetjes. Ik zie niets dat op een bruidspaar lijkt. Aan de bar zitten een paar mannen met een biertje, en achter de bar staat een jongen, in plaats van het meisje met het verminkte gezicht dat me zou komen halen. Ik controleer mijn kristallen bol nog eens en schuif het knopje naar UIT. Zul je net zien, dat de batterij straks leeg is als ik eindelijk mijn act mag doen. Het licht dooft, waardoor ik nu bijna helemaal in het donker zit.

Ik heb deze act al zo lang ik me kan herinneren. Op feesten en partijen vermaak ik de gasten met voorspellingen die zo algemeen zijn dat ze op iedereen van toepassing kunnen zijn. Een beetje zoals een horoscoop. Het is elke keer weer een succes. Ik wrijf mijn handen over mijn armen. Ze mogen nu wel een beetje opschieten. Misschien dat het in Juni fijn is om met blote armen in een steeg te staan, maar in Oktober is dat duidelijk een ander verhaal. Ik kijk naar de rode cijfers van de klok die binnen hangt. Ze zijn al een kwartier te laat. En ik moet plassen. Nou, verrassing voor de gasten of niet, dit hou ik niet uit. Het is veel te koud.

Met mijn vuist bonk ik op de ruit. Die mannen aan de bar zijn óf stokdoof, of ze willen gewoon niet opstaan om de deur open te doen. Ze doen of ik lucht ben. Negeren me. Was ik nu maar zo’n halfnaakte playboybunny, dan had ik al lang aan de bar gezeten en had ik vast ook nog hun jas gekregen om me warm mee te houden. Ik rammel aan de klink. Hoe kan het ook anders: op slot. Aan het eind van de steeg zit aan beide kanten een enorm hek, waar ik niet overheen kan klimmen. Er liggen wat vuilniszakken, die ik misschien wel zou kunnen stapelen, maar niet hoog genoeg om mijn been over het hek te zwaaien en niet vast te komen zitten in de enorme stalen pinnen op het hek. Héél dóm idee. Er zit niets anders op dan wachten. Dat bruidspaar kan toch niet eeuwig wegblijven?

Ik vervloek ze binnensmonds. Dat is echt voor het laatst dat ik me laat overhalen om buiten te wachten. Hoe ik ook op en neer spring, het blijft koud. Mijn lichaam wil maar niet opwarmen en inmiddels waait er een gure wind door de steeg. Ik kijk rond, op zoek naar wat beschutting en besluit om dan maar in het hoekje naast de vuilcontainer te kruipen, waar ik in elk geval een beetje beschut ben tegen de wind.

Ik weet niet hoe lang ik hier al zit als ik plots stemmen hoor door een klein raampje. ‘Het is echt waar! Ik lieg niet!’ Ik wil opspringen, roepen dat ik hier zit en dat ze me binnen moeten laten, als de deur ineens opengaat en er een man en een meisje naar buiten komen. De man steekt een sigaret op, maar het is de doodsbange blik in de ogen van het meisje die maakt dat ik nog even blijf zitten. Haar blik schiet schichtig van links naar rechts, alsof ze elk moment een Halloweenmonster verwacht.
‘Die stomme horrorverhalen van jou geloof ik echt niets van.’ Zegt ze zenuwachtig. De man lacht en ik zie hoe het puntje van zijn sigaret oplicht in het donker. Ik wil dat stomme verhaal ook wel horen, voor ik hem vraag me naar binnen te laten. Maar misschien had ik beter niet kunnen luisteren.

‘Het was een kortsluiting in die domme lampjesbol van haar. Ze was net klaar met haar praatje over haar derde oog, en hoe ze daarmee de toekomst in die bol kon zien, toen het misging. Met een enorme knal sprong dat ding uit elkaar. Recht in haar gezicht, omdat ze zo diep over die bal gebogen stond. De scherven raakten niet alleen haar, maar ook de barvrouw die naast haar bezig was. Die arme meid is er blind van geworden en heeft uiteindelijk zelfmoord gepleegd omdat haar gezicht zo ontzettend verminkt was.’ Ik hoor hoe het meisje haar adem naar binnen zuigt, maar door het gepiep en gedreun in mijn hoofd mis ik bijna wat hij zegt.

‘Ze zeggen dat dat waarzegmeisje elk jaar met Halloween door deze steeg zwerft, op zoek naar het trouwfeest dat nergens is. Ze klopt op deuren en ramen, en er zijn zelfs mensen die haar hebben zien staan, met dat maffe derde oog, haar halve gezicht weggeblazen en een nieuwe bol in haar handen… niet wetend dat ze eigenlijk al jaren dood is. ’

‘Laten we maar naar binnen gaan,’ gruwelt het meisje, terwijl ik nog steeds als verstijfd achter de vuilcontainer zit. De man gooit zijn peuk op de grond, trapt erop en verdwijnt door de deur naar binnen. Het meisje volgt hem en ik zie nog net haar angstige blik voor de deur dichtvalt achter hen.
Ineens hoor ik een schreeuw. Een hoge, harde, schelle schreeuw die pijn aan mijn oren doet. Pas als ik mijn hand voor mijn mond sla en hij bedekt is met bloed als ik hem terugtrek, realiseer ik me dat ik het ben, die zo schreeuwt.

En dat de schreeuw alleen in mijn hoofd te horen is, merk ik pas als ik in mijn kristallen bol zie dat ik helemaal geen mond meer heb…
.
.
.
.
.

Foto Peter Trompetter

73255751_2559941400750830_1785512819429474304_nDe inspiratie voor dit verhaal was ik zelf
Afgelopen week tijdens Halloween The Villains
in Mondo Verde Landgraaf 😉

Een gedachte over “Happy Halloween (Verhaal)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>