Categoriearchief: Boeken

Ik zat aan de kont van Lisette Jonkman.

Iedereen wil het, het is slechts weinigen gegund (Nee, dit gaat al niet meer over de kont van Lisette Jonkman), en het was mijn grootste wens: ik heb het over hét boekenbal. Jarenlang zat ik aan de buis gekluisterd als het daar over ging en toen ik twaalf jaar geleden serieus begon te schrijven, zocht ik een ‘onhaalbaar doel.’ De kroon op je werk, de kers op de taart, het ‘Als ik dit heb kan ik stoppen,’ een ultiem bucketlistding. Mijn onhaalbare doel was het boekenbal. Als je dat gehaald had, dan had je het gemaakt. Dan wás je iemand.

In 2018 riep ik het al!

Ik keek livestreams van langs de rode loper, en fantaseerde over hoe het zou zijn om daar zelf naartoe te mogen. Ik was jaloers op alle mensen die daar mochten zijn. En toen opeens was daar in 2022 die uitnodiging.  Veel meer dan ‘OMG’ kwam er bij mij niet uit, en ik heb ook een paar keer ‘Dat kan helemaal niet’ tegen Patrick gezegd. Ik kreeg van Topvintage een prachtige jurk, kocht panty’s van Snagtights die helemaal in het thema waren maar die ik niet heb gedragen (!) en zocht een week lang alle sites af naar tassen in de vorm van een hartje. Ik was er helemaal klaar voor, en zo zat ik 8 april ineens in de trein onderweg naar Amsterdam. In mijn eentje. Mijn eerste keer in een Uber,  mijn eerste keer in een nachtclub, mijn eerste keer in mijn eentje in een hotel in Amsterdam, uberhaupt mijn eerste keer s ’nachts in Amsterdam én mijn eerste boekenbal. En dat allemaal in één dag.

Voorafgaand aan het bal hadden we eerst een etentje met auteurs bij LS. Ik herkende Karin (Quint) niet omdat ze haar haar -prachtig- opgestoken had in plaats van los, zoals op haar auteursfoto. Maar goed. We gingen eten. Ik at burrata, en nog veel meer dingen die ik niet kan uitspreken aan een prachtig gedekte tafel terwijl ik leerde dat je een servet op je schoot moet leggen, luisterde naar hoe Lisette over haar zoon vertelde en hoe Maud nepknoopjes aan haar jurk had, en ineens hoorde ik Rianne roepen: ‘Iedereen die met de Taxi moet, moet nu naar beneden!’ Shit! Nu al? Ik was verschrikkelijk zenuwachtig. Iets wat natuurlijk nergens op sloeg, want niemand op dat boekenbal kent mij en het boeit echt helemaal niemand behalve mij dat ik daar ben. Beneden stapten we met z’n zessen in een Taxibusje en moesten we onze gordels omdoen. Nu heb ik niet bepaald een klein, bescheiden kontje en ik zat in het midden, en dus moest ik mijn hand tussen Lisette en mij in wringen om mijn gordel dicht te doen. ‘Ik zat aan de kont van Lisette Jonkman,’ zei ik hardop, en die begon meteen keihard te lachen. ‘Goeie titel voor een blog wel.’ (Bij dezen, graag gedaan Lis). Na een rit dwars door Amsterdam stopte de taxi vlakbij Escape. En mijn hart ging tekeer! Het boekenbal. Ik was er. Bijna. EINDELIJK!

Ik kon het niet laten om te beginnen met een foto van het enorme scherm met ‘Boekenbal’ erop te maken, en nam me voor niet de hele tijd met mijn telefoon in mijn hand te staan. Dat is jammerlijk mislukt. Ik wilde elke stap vastleggen. De eerste stap op de rode loper. De rij. Het naar binnen lopen. Je kunt het zo gek niet bedenken of ik heb er een foto van gemaakt.  Ik heb verhalen gehoord van mensen die twee uur in de rij hebben gestaan maar wij hebben echt erg veel geluk gehad want het kan niet langer dan een kwartier hebben geduurd voor we binnen waren. We kregen een zakje met twee snoepjes en wat consumptiemuntjes en ik nam me voor die te bewaren omdat ik een aandenken wilde hebben. Ik stopte het even snel in mijn decolleté en snelde achter de rest aan. Jassen in de kluisjes en Lisette en Karin achterna. De loper op. Wat volgt gaat me de rest van mijn leven achtervolgen. Een MUUR van fotografen. Zoveel dat ik alleen maar met open mond kon kijken. En allemaal flitsen en fotograferen. Lisette en Karin poseren als volleerde modellen. Beetje van de zijkant, beetje tandjes, beetje flirten met de camera. En dan komt Tamara: ‘OMG ik ben op het boekenbal. OMG dat zijn fotografen. Dat zijn boekenbalfotografen. Die staan BN’ers op deze loper te fotograferen. OMG ik sta hier echt. Ik ben echt op het boekenbal.’ Als een kalfje dat voor het eerst gras ziet na een winter in de stal.’ De foto’s zijn eh… prachtig. Voor Lisette en Karin!

Foto: CPNB

En na de loper was het dan zo ver. Hét moment waar ik al jaren van droomde, die droom die eindelijk uitkwam… Ik zette mijn eerste stappen op het boekenbal. Een roze wereld met hartjesballonnen, bellenblaasbubbels, bloemen, en heel veel feestende mensen. Héél.Véél.feestende.mensen.  Na twee jaar bijna geen mensen te hebben gezien is dit voor eerste uitje best wel heftig, en dan was het ook nog mijn absolute droomwens, ik had een brok in mijn keel die ik de eerste paar minuten niet weggeslikt kreeg. Ik kon het op dat moment ook bijna niet bevatten dat ik hier écht was. Ik voelde tranen in mijn ogen opwellen, maar ik was ook niet van plan om mezelf voor schut te zetten dus gaf ik maar een blije high five aan Karin. En ik keek mijn ogen uit. Ik had wel gehoord dat er ook BN’ers zouden zijn, maar dat ze OVERAL WAAR IK KEEK zouden zijn had ik ook niet verwacht. Ik zag Marian Mudder en Connie Palmen. Een roze suikerspin die later Heleen van Royen bleek te zijn, en Victor Reinier. Ruud de Wild en Olcay. Sigrid Kaag. Sergio van First dates. Elle van Rijn. Elke derde persoon die ik aankeek wilde ik ‘Heeeeey!’ zeggen, maar gelukkig realiseerde ik me altijd net op tijd: Dat jij hen kent, wil niet zeggen dat zij jou OOK kennen…

Er kwamen steeds meer mensen de dansvloer op, en op een gegeven moment gingen de lampen uit, de muziek aan, stroboscooplicht en ik dacht: Nu is het echt beter om van die dansvloer af te gaan voor je plat op je gezicht ligt. Ik bedoel, opvallen is leuk, maar liever niet omdat ze je met vier man naar buiten moeten tillen. Op weg naar de deur zat er nog een man voor me op zijn knieën. Ik maakte daar een grapje over, maar toen hij overeind kwam met zijn muntjes in zijn hand herkende ik Rik van de Westelaken pas. Staand op die dansvloer had ik een balkon gezien en het leek me zo leuk een foto vanaf dat balkon te maken. ‘Maar dat zal wel voor de vips’ zijn, dacht ik nog. Ik wilde het toch proberen. Onderweg naar de trap knuffelde ik Jackie van Laren, terwijl ik een armen-in-de-lucht-hysterisch-dansje deed terwijl ik ‘AAAH IK BEN OP HET BOEKENBAL’ in haar oren schreeuwde (Sorry nog daarvoor) en maakte ik kennis met Petra Vollinga.

De trap naar boven was niet mijn beste idee van die avond, want het was zo’n soort drukte van ‘als je eenmaal besluit die kant op te gaan dan moet je mee met de flow want terug gaat niet meer’ en dus liet ik me mee naar boven leiden. ‘-Hey, Dylan Haegens, dat zal mijn zoon leuk vinden. Oh kijk daar nou. Isa Hoes. Vét, Hey Ellen Lina en daar is Monique van Zomer en Keuning ook. En kijk nou, Thomas Oldeheuvelt herkent mij en knikt! – Ik denk dat ik het beste te vergelijken was met een kind in een snoepwinkel qua blijheid. En het lukt me ook om op die hakken boven te komen, zonder mijn nek of iets anders te breken. Boven vond ik al snel het balkon, en tot mijn verbazing was het helemaal niet ‘VIP.’ Het duurde echt heel lang voor het tot me doordrong dat op een feestje dat eigenlijk helemaal ‘vip’ is, er geen ruimtes zijn waar vips zitten. Iedereen is Vip. (Wat een stom woord eigenlijk. VIP. ) Ook al voelde het voor mij of ik via de artiesteningang naar binnen was geslopen. Ik maakte mijn foto’s en probeerde via dezelfde route terug naar beneden te komen, want boven was het tien keer zo heet als beneden.  En overal blacklight dus ik was bijna scheel toen ik de trap bereikt had. Pro tip: Brede man zoeken, die zich overal tussendoor laten wurmen en hem gewoon volgen. Ging prima, al was naar beneden op hakken wel een beetje meer tricky dan omhoog.

Wat is dit een ongelooflijk leuk mens!


De dansvloer was nog steeds propvol en dus ging ik maar wat praatjes maken. Dat kun je dan doen met mensen die je kent, maar je kunt ook gewoon naar Bas Smit toe lopen en een praatje maken. En Splinter Chabot eerst een tijdje staan bekijken en als hij dan terugkijkt, gewoon iets tegen hem zeggen. Dat werkte wonderbaarlijk goed, en na een kort gesprekje en een foto als aandenken ging ik er weer vandoor. Voor ik thuis vertrok had ik tegen mijn zoon gezegd: ‘Ik ga naar een feest en daar zijn ook allemaal Bn’ers.’ Hij was onder de indruk, en zei ‘Als je Tim Hofman ziet, doe hem maar de groeten.’ Dat was nou net iemand waarvan ik niet dacht dat ik hem daar zou zien, maar aan de bar staat hij ineens naast me. Tja. Toen kon ik niet anders. Ik vroeg hem om een selfie en deed hem de groeten van zoon, waarna ik die foto naar mijn zoon appte met ‘Je krijgt de groeten terug.’ Ergens tegen het eind van de avond, het was in elk geval al heel erg laat, zat ik even ergens mijn voeten van de grond te houden. (Zo!veel!pijn!) en zag ik daar Marcel van de Ven op me af komen. Ik post al wekenlang elke maandagavond een ‘date’ met Marcel op social media als ik Hunted kijk. Het begon als een grap en tegenwoordig vragen mensen zelfs of ik geen ‘Date met Marcel heb’ als ik op maandag ergens anders ben dan thuis voor de TV. Hij wees naar mij en zei ‘Hey!’ en ik naar hem met ‘Ja!’ We maakten een praatje, foto’s, en ik heb zo verschrikkelijk gelachen. Ik had de avond van mijn leven, absoluut.

Halverwege de avond zag ik ergens uit mijn ooghoek een vrouw lopen met een heel vreemde jurk. Scheef vooral. Gelukkig was ze nog niet heel ver dus ik wrong me tussen alle mensen door om haar op haar schouder te tikken en er achter te komen dat het iemand is die ik eigenlijk al ken. Terwijl ik tegen haar praatte trok ik snel haar jurk uit haar ondergoed voor dat iemand anders het kon(t) zien. Mijn tweede kont van die avond. Ik weet niet precies wat ik nou heb gedaan op mijn eerste boekenbal. Ik heb overal en nergens rondgelopen. Ik heb alles en niets gezien. Ik heb mensen gesproken en geknuffeld en ik heb genoten van mijn kruin tot mijn tenen. Ik heb tot mijn grote spijt het laatste muntje dat ik wilde bewaren als aandenken verloren, en ik heb teveel gedronken. Het was alles wat ik ervan verwacht had en nog veel meer, maar ergens ver na twee uur kon ik niet meer op mijn benen staan. Een overdosis prikkels, drukte, mensen, muziek, aaaaah! En dat was het moment dat ik Lisette zag staan, met naast haar Marijke Vos. Die leken er ook wel een beetje ‘klaar’ mee te zijn en dus vroeg ik voorzichtig of ik met ze mee naar buiten mocht lopen, en een stukje meelopen zodat ik in elk geval dat drukke Rembrandplein niet in mijn eentje over hoefde, in een jurkje, met rode netkousen aan, zo midden in de nacht. Dat mocht.

Een van ons brak bijna haar nek over een natte bloemstengel die op de grond lag, maar dat ging met een prachtige driedubbele axel nog net goed. Ik had gehoord dat het traditie is dat je na middernacht ‘iets van de aankleding van het boekenbal’ meeneemt, maar aangezien ik nog dacht dat mijn muntje in mijn BH zat en ik niets had gezien dat ik ‘mee zou kunnen nemen’ deed ik niets. Bijna bij de uitgang stak Lisette bijna moeiteloos haar arm omhoog, plukte met een sierlijk gebaar een van de bloemetjes uit het plafond, en zonder ook maar een seconde te pauzeren liep ze verder alsof ze dat níet net had gedaan. Ik stak mijn arm uit, en kwam er met de beste wil van de wereld niet bij. Met die hakken aan springen is vragen om gebroken botten, dus ik vroeg ‘Kun je dat nog eens?’ Met dezelfde souplesse trok ze een struikje voor mij los en ook nog een voor Marijke. En dat allemaal zonder met haar ogen te knipperen of zelfs maar een seconde stil te blijven staan.  Zoveel bewondering voor.

‘Wij moeten die kant op!’ wees Marijke. ‘Ik ook!’ zei ik. Stiekem was ik heel blij, want misschien hoefde ik dan maar een heel klein stukje alleen te lopen. Het was nog beter dan ik had durven dromen, want zij moesten verder dan ik, en dus hebben Lisette en Marijke samen mijn ergste probleem opgelost zonder het te weten: Ik was namelijk echt heel bang voor het in mijn eentje door Amsterdam t(r)ippelen na middernacht. Ik denk dat ik de enige persoon in heel Nederland ben die kan zeggen dat ze midden in de nacht bij haar hotel is afgezet door twee feelgoodschrijfsters in glitterjurken, waarvan ik er een betast heb in de taxi en die me later bloemen gaf, en waarvan ik de ander gevraagd heb of ik met haar op de foto mocht omdat niemand anders dat had gevraagd.

Vier uur later (Kreun) begon mijn telefoon te piepen en bleek ik met de chagrijnigste kop OOIT op tv te zijn geweest -terwijl dat de beste nacht in lange tijd is geweest- en dat heeeeeel veel mensen dat hadden gezien…
Mijn eerste boekenbal was er eentje om nooit te vergeten.
Ook al viel ik pas om half vier in slaap, en ben ik nog steeds gebroken terwijl het maandagavond is. Fijn als je tot hier bent gekomen, dan hoop ik dat jij er net zo van hebt genoten als ik! Er is alleen een probleem… NU WIL IK VOLGEND JAAR WEER!

Dit is een half vier in de ochtend-zielsgelukkige-schrijfster-gezicht.


Met een brok in mijn keel…

Ik ben zo lang als ik me kan herinneren gepest. Op de basisschool, daarna, en zelfs toen ik al niet meer op school zat. Twee dagen geleden zag ik een bericht, het ging over een documentaire over een meisje dat zelfmoord had gepleegd vanwege pesten. Van dit soort berichten word ik misselijk. Nog steeds, en we hebben het hier over 25 jaar geleden. Dat bericht raakte me, want ik had dat meisje kunnen zíjn.

‘Gelukkig’ was het in mijn geval in de tijd voor social media, maar verder heb ik alles gehad: dreigtelefoontjes. Mijn fiets in puin op het dak van de school, dreigbriefjes, mijn kleren na de gymles in de paardenstront in een weiland, gebruikt maandverband in mijn schoenen na gym. Poep in mijn tas, mijn schoolspullen in de vuilnisbak. Mijn kleren gescheurd. Zo vaak klappen gehad dat mijn huisarts al op stand-by in de schooltelefoon stond. Mijn vinger gebroken, altijd blauwe plekken. Een bloedneus. Ik sloot me op op het toilet, ik verstopte me waar het maar kon om mezelf maar niet te laten ‘zien’ want zien=gepest worden. En nee, niemand deed daar iets aan. Leraren vroegen aan me om gewoon mijn mond wat vaker te houden en niet te reageren op het pesten. ‘Gaat vanzelf over’ zeiden ze. ‘Gedraag je dan eens anders’ en ‘probeer eens vrienden te maken met die pestende kinderen.’ Af en toe een zwak vingertje in de lucht richting de pesters: ‘Niet meer doen hé!’ en dat was het.

Mijn ouders zaten er wel bovenop en deden alles wat er in hun macht lag er iets aan te doen, mijn moeder ging naar school als ze er achter kwam, maar daarom vertelde ik het niet meer thuis en verzon ik een excuus als ik thuiskwam met natte, stinkende winterjas omdat ze die in de wc hadden geduwd, eroverheen hadden geplast en hem terug hadden gehangen waarna er vierhonderd leerlingen die via-via hadden gehoord wat er met mijn jas was gebeurd, buiten op me stonden te wachten om me uit te lachen en na te roepen. Ik had het gevoel dat ik mijn ouders teleurstelde door me te láten pesten. Dat was natuurlijk onzin, maar ik was jong en ik had dat in mijn hoofd. Dus ik probeerde het op school op te lossen. Not.

Ik durf de documentaire niet te kijken, alleen het lezen van het nieuws erover zorgt al voor een brok in mijn keel en tranen over mijn wangen. Ik vind het zó erg dat er nog altijd niets veranderd is, al die pestprotocollen en hulpverlening ten spijt. Dat er nog altijd mensen zijn die zulke wanhopige stappen nemen omdat ze geen andere uitweg meer zien. Dat er nog altijd mensen zijn die andere mensen tot zoiets drijven. Dat er nog altijd geen ‘wondermiddel’ is om dit te voorkomen. Toen in 2017 hier vlakbij een jongen zelfmoord pleegde om dezelfde reden, was het hele land in rep en roer.
‘Dit moet veranderen.’ en ‘Dit mag niet meer gebeuren.’ En toch gebeurde het opnieuw.

Ik weet niet goed waarom ik dit schrijf. Ik wil zo graag een punt maken, zou zo graag willen dat ik hier iets aan kon doen, dat ik iets kon veranderen. Ik ben boos, ik ben verdrietig, en ik weet dat ik dat allemaal niet kan. Ik schrijf het toch, omdat ik hoop dat iemand die het nodig heeft, dit leest. Dat iemand die het niet meer ziet zitten, leest dat er ook een leven ná pesten is. Dat iemand die diezelfde keuze wil maken als dat mooie meisje uit die docu en die jongen hier vlakbij, ziet dat hij niet de enige is. Dat een ‘pester’ dit leest en misschien een tweede keer nadenkt voor hij/zij iemand een klap geeft. Een jas in een wc pot duwt. iemand opwacht met een groepje. Ik hoop dat het ooit een keer voorbij is, dat gezeik!

Maar dat zal denk ik altijd wishful thinking blijven…
Ik hoop dat Maryana haar rust heeft gevonden.
De docu is hier te bekijken.